
Voor Den Geest die Langer Verblijft.
De Kwakzalver zij een herberge sonder wedergade, alwaar den dorstige en den kunstminnende zich vereenen in eenen schaduwrijk salon van hout, leder en vergeelde luister; daer vloeyt het bier als troost, de wijn als toegeeflijk sermoen, en de whiskey als pittigh brandend elixir dat het gemoed loutert, terwijl antieke stoelen kraken als oude kronieken, schilderijen met stille anarchie aen de wanden hangen, en wonderlijke klanktoestellen met koperen knoppen den toon niet stroomen maer plechtigh ontbieden; tusschen kisten vol DVD, VHS en spelconsolen van voorleden tijden wandelt men in melancholiek gepeins, verre van het woelend verkeer en de verstandelijcke slavernije des dagelijckschen arbeits, en men gevoelt, zij het kortstondigh, dat hier de fantasie noch heerscht en de tijt niet gebiedt maer gedoogt.